Error showing flash-object.

6 slechte gewoontes die je presentatie ontkrachten.

 

Het verbaast me steeds weer dat heel wat sprekers niet de nodige voorbereidingen treffen voor ze het podium beklimmen. Aan de inhoud van hun speech besteden ze meestal wel de nodige aandacht, maar de structuur en de presentatie zelf laten dikwijls aan de wensen over.

Je krijgt van mij zes slechte gewoontes, die je presentatie jammer genoeg ook aan impact doen verliezen.

 

1. Beginnen met een verontschuldiging

De slechte gewoonte?

Je bent te laat, je materiaal werkt niet of je bent het vergeten, je hebt een jetlag, … En je verontschuldigt je al op voorhand voor de invloed dat dit kan hebben op je presentatie.

Waarom je dit niet moet doen?

Met die verontschuldiging zet je meteen een negatieve toon. Bovendien kruip je zo in de slachtofferrol. Je publiek zit echter niet te wachten op een pineut. Je publiek is gekomen voor een sterke spreker.

Wat doe je dan wel?

Je doet gewoonweg alsof er niets aan de hand is. “The show must go on!”. Hierdoor toon je bovendien dat je ook in stresssituaties het hoofd koel houdt.

2. Vragen om extra tijd

De slechte gewoonte?

Je hebt het gevoel dat je niet voldoende tijd zal hebben om jouw belangrijke boodschap te vertellen, dus je vraagt om meer tijd.

Waarom je dit niet moet doen?

Als je te weinig tijd hebt, omdat je te laat bent, zet je dit nog eens extra in de verf en zorg je voor nog meer ergernis. Niet doen dus. Als je te weinig tijd hebt omdat je presentatie te lang is, wel dan is ze té lang.

Wat doe je dan wel?

Pas je presentatie aan aan de beschikbare tijd. Niet door sneller te spreken, maar door te schrappen. Zorg sowieso dat je presentatie iets korter is dan de voorziene tijd. Dit geeft je wat ruimte en zo kan je altijd stoppen op het afgesproken tijdstip.

3. Van je slides lezen

De slechte gewoonte?

Op je slides staat wat je wil vertellen over een item, dus je leest dat luidop voor je publiek.

Waarom je dit niet moet doen?

Waarschijnlijk kan iedereen uit je publiek lezen en zelfs veel sneller dan jij kan praten. Je verveelt hen dus niet alleen, maar eigenlijk beledig je hen ook. Bovendien zijn ze niet gekomen om te lezen, maar om naar jou te luisteren.

Wat doe je dan wel?

Gebruik je slides om je boodschap te ondersteunen met beeldmateriaal of enkele kernwoorden. Gebruik ze niet als een geschreven samenvatting van wat je wil vertellen.

4. Met je rug naar je publiek staan

De slechte gewoonte?

Je draait je voortdurend weg van je publiek om naar je slides te kijken of je kijkt constant naar je notities.

Waarom je dit niet moet doen?

Met je rug naar je publiek praten is grof. Bovendien verlies je hierdoor oogcontact, waardoor je ook je publiek kwijtspeelt. Ze zullen in het beste geval nog naar jou kijken en naar de slides, maar de boodschap verliest aan impact.

Wat doe je dan wel?

Draai je lichaam naar je publiek en kijk naar hen wanneer je spreekt. Leer de structuur of rode draad (niet de inhoud!) van je presentatie uit je hoofd. Desnoods kan je snel even naar je slide of naar je steekkaarten kijken, maar houdt je focus waar die moet zijn: bij je publiek.

5. Te snel praten

De slechte gewoonte?

Je wil heel veel vertellen, dus je verhoogt je spreektempo om alles binnen de voorziene tijd erdoor te krijgen.

Waarom je dit niet moet doen?

Als je zo snel moet spreken, is je presentatie gewoonweg te lang. Bovendien komt het over alsof je nerveus of onzeker bent. Je publiek wil echter een sterke en zelfverzekerde spreker zien en horen.

Wat doe je dan wel?

Schrappen! Maak je presentatie korter, zodat je langzamer kan spreken. Als je snel spreekt, omdat je nerveus bent, schrijf dan “langzaam spreken” op elke steekkaart. En oefen!

6. Ticks

De slechte gewoonte?

Je prult voortdurend met je steekkaarten, met je juwelen, met je bril of je krabt jezelf.

Waarom je dit niet moet doen?

Al deze ticks zullen je publiek afleiden van de boodschap die jij wil brengen, waardoor die aan impact verliest.

Wat doe je dan wel?

Oefen je presentatie voor de spiegel of neem je oefening op met de webcam. Zo zie je meteen welke tics je hebt en welke lichaamstaal je best aanpast. Als je dit beseft, kan je hieraan werken. Tics kan je afleren en hoe meer je oefent, hoe beter je wordt.

 

Het doel van een presentatie is bijna altijd hetzelfde: je wil mensen een boodschap meegeven, hen anders laten voelen, denken en/of handelen. Die impact zal je alleen hebben als alle facetten van je presentatie kloppen: zowel de inhoud, als de structuur, als het beeldmateriaal, als het presenteren zelf. Oefenen is de boodschap: hoe meer, hoe beter.

Veel succes!

 

Ann Beckers

 

Op 07/11/2017 gaat er een open workshop "Presenteren/Spreken met Impact" door in het Officenter in Hasselt en op 07/12/2017 in het Officenter in Leuven. Klik hier voor meer informatie.

 

Wil je meer inlichtingen over hoe je succesvol kan spreken voor publiek? Of wil je binnen je bedrijf een presentatieworkshop organiseren? Neem dan gerust contact met mij op. Ik help je graag verder.

 

          Ann Beckers

          0479 40 91 99,

          info@abtraining.be,

          www.ABTraining.be,

          of via deze link: